Onderzoekers van de Technische Universiteit Delft hebben sensoren ontwikkeld die kleine drones laten navigeren zoals ratten dat met hun snorharen doen. De lichte aanraaksensoren maken het mogelijk om obstakels te ontwijken, wanden te volgen en onbekende ruimtes in kaart te brengen zonder camera’s, lidar of externe positioneringssystemen. Daarmee kan de drone ook in het donker navigeren.

Elke snorhaar bevat drie miniatuurdruksensoren die de richting en mate van doorbuiging meten. Zo kan de drone bepalen waar en hoe diep de voelspriet een oppervlak raakt en de afstand tot obstakels afleiden. Software aan boord filtert daarbij verstoringen door de luchtstromen van de propellers uit de metingen. Het volledige systeem werkt in realtime en gebruikt slechts 34 kilobyte geheugen.
Tot nu toe werd navigatie op basis van aanraking vooral toegepast op grotere drones, die daarvoor robotarmen of stootranden gebruiken. Het Delftse systeem is licht en compact genoeg voor drones van minder dan 100 gram. Hierdoor zouden ook krappe ruimtes met slecht zicht, zoals grotten of gebouwen vol rook, vanuit de lucht verkend kunnen worden.


