Onderzoekers van de Technische Universiteit Delft hebben een drone leren navigeren zoals honingbijen dit doen. Hiermee lukte het om 600 meter autonoom te vliegen en terug te keren met slechts 42 kilobyte geheugen.
De drone maakt eerst een korte verkenningsvlucht rond zijn startpunt. Ondertussen slaat het systeem visuele kenmerken van de omgeving op, zoals herkenbare panorama’s en oriëntatiepunten. Als de drone verder weg vliegt, worden met behulp van odometrie, een techniek die beweging analyseert om de positie in te schatten, de afstand en richting bijgehouden. Weer in de buurt van het vertrekpunt gebruikt het systeem de opgeslagen visuele herkenningspunten om terug te keren naar de exacte locatie.

Volgens de onderzoekers wordt odometrie na verloop van tijd onnauwkeurig, terwijl visuele herkenning vooral dicht bij bekende locaties effectief is. Door beide methodes te combineren, kan de drone eerst grof navigeren en zich daarna met visuele herkenningspunten nauwkeurig oriënteren. Dit kost veel minder geheugen en rekenkracht dan traditionele autonome navigatiesystemen. Honingbijen gebruiken een vergelijkbare strategie om terug te keren naar hun nest.
De onderzoekers denken dat hun oplossing vooral interessant is voor kleine drones met beperkte rekenkracht en opslagcapaciteit, bijvoorbeeld in kassen of magazijnen waar gps minder goed werkt. Een beperking is wel dat het systeem nog gevoelig is voor wind. Door kanteling van de drone veranderen de camerabeelden, waardoor de visuele herkenning minder nauwkeurig wordt. De universiteit doet daarom aanvullend onderzoek om het systeem robuuster te maken.

