Bits&Chips Event register now
Jaargang: 2024
Uitgave: 2
Datum: 7 juni 2024

Peter Wennink for president

Moet onze aanstaande minister-president uit het bedrijfsleven komen? Albert Jan Swart legt uit wat de voordelen zijn.
Albert Jan Swart

Er is een nieuw tijdperk aangebroken, schreef ik in een eerdere column, waarin industriepolitiek helemaal terug is, ook in Europa. In de Verenigde Staten (VS) zette president Biden niet alleen het ‘America First’-industriebeleid van Trump voort, maar deed hij er nog een flinke schep bovenop met de Inflation Reduction Act, een subsidiepot van honderden miljarden voor bedrijven. En in China is industriepolitiek natuurlijk nooit helemaal weggeweest.

Albert Jan Swart is sectoreconoom Industrie, Transport en Logistiek bij ABN Amro.

En in Europa? Hier komt nog maar weinig terecht van industriepolitiek. Weliswaar beseften we in Europa rond 2020 ook dat de tijd van vrije handel echt voorbij is, maar vooralsnog wordt er vooral gefilosofeerd over ‘strategische autonomie’. Is Europa inmiddels minder afhankelijk geworden van andere werelddelen? Integendeel. Olie en gas halen we voor een belangrijk deel uit het Midden-Oosten, waar de politieke en militaire spanningen sinds de aanslagen in Israël van 7 oktober steeds hoger oplopen. De VS zijn sinds de Russische invasie in Oekraïne een belangrijke gasleverancier. En van China zijn we sterk afhankelijk voor zonnepanelen, windmolens en de benodigde grondstoffen daarvoor. Intussen staat de energie-intensieve industrie in Europa zwaar onder druk door de hoge energieprijzen, en zijn we meer kunstmest en staal uit andere werelddelen gaan importeren. Zelfs de Europese auto-industrie wordt bedreigd door Chinese concurrentie.

De enige noemenswaardige verbetering zien we in de chipsector. Met flinke zakken geld is het Thierry Breton, Eurocommissaris voor Interne Markt, gelukt om niet alleen Intel, maar ook marktleider TSMC te overtuigen in Europa een chipfabriek te bouwen. De Fransman was in het verleden onder meer minister, maar komt eigenlijk uit het bedrijfsleven. Hij was topman van bedrijven als Technicolor, Orange en Atos. Dat verklaart misschien waarom Breton wél zaken voor elkaar krijgt.

Hebben we in Nederland nog een topbestuurder uit het bedrijfsleven die zich soepel in de politiek beweegt? De schijnwerpers vallen onmiddellijk op scheidend ASML-topman Peter Wennink die zich, weliswaar tegen wil en dank, de Haagse mores goed eigen heeft gemaakt. Doordat ASML de laatste jaren steeds meer in het middelpunt van de geopolitieke belangstelling staat, zat Wennink de afgelopen jaren met premier Rutte, voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en zelfs president Biden aan tafel. Een belangrijke publieke functie heeft Wennink tegenwoordig ook, want hij is vicevoorzitter van het Nationaal Groeifonds.

Sinds vorig jaar mengt Wennink zich uiterst behendig in het publieke debat, waarbij hij ook de netelige migratiekwestie niet schuwt. ‘Overal ter wereld rollen ze de rode loper voor ons uit’, klaagde hij over het verslechterende Nederlandse vestigingsklimaat en de plannen van NSC en PVV om het aantal kennismigranten in te perken. Het liefst groeit ASML in Nederland, legde Wennink uit, maar ‘als dat niet kan, dan groeien we ergens anders’. Daarmee heeft hij nog niet het belastingvoordeel voor kennismigranten veiliggesteld, maar hij peuterde wel 2,5 miljard euro los voor de Brainportregio. Dat is niet alleen goed voor ASML, want het geld gaat naar betere publieke voorzieningen: wegen, openbaar vervoer, woningen, het elektriciteitsnet en techniekonderwijs. Op een paar columns in dagbladen na klonk er nauwelijks kritiek.

Wennink lijkt dus zeker over de kwaliteiten te beschikken om zich in te zetten voor de publieke zaak, voor een overheid die goede publieke voorzieningen biedt, zodat hoogtechnologische bedrijvigheid ruim baan krijgt. Wel is het de vraag of de formerende partijen op Wennink als premier zitten te wachten, gezien zijn kritiek op de migratieplannen van NSC en PVV. Maar als Wennink geen premier van Nederland wordt, kan hij nog altijd aan de slag als Eurocommissaris.