Peter Wennink wilde zijn boodschap kracht bijzetten met een stevig aangezette probleemanalyse, maar die leidde uiteindelijk alleen maar af.
Van ‘gebrek aan wetenschappelijke hardheid’ tot ‘borrelpraat’ – het vorige maand gepresenteerde rapport Wennink is fors bekritiseerd. Prima natuurlijk, discussie en debat helpen de zaak vooruit. Wel bekruipt mij het gevoel dat veel kritiek zich richt op elementen die helemaal niet op Wenninks bordje hadden moeten liggen. Of die Wennink niet op zijn bordje had moeten trekken.

Minister Karremans heeft Wennink uitgenodigd om ‘een onafhankelijk advies op te stellen over het aanzienlijk versterken van het Nederlandse investeringsklimaat en toekomstig verdienvermogen’, zo staat in een brief aan de Tweede Kamer. ‘De Ministerraad vraagt de heer Wennink om de belangrijkste adviezen uit het rapport Draghi te vertalen voor het fundamenteel versterken van de Nederlandse economie. Daarbij vraagt de Ministerraad om inzicht te geven in de huidige structurele systemische knelpunten, kansen te benoemen voor het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie en om aanbevelingen te doen voor concrete vervolgstappen.’
De kern van het rapport wordt gevormd door de constateringen en aanbevelingen die Wennink op deze punten doet. En die worden breed gedragen, zo blijkt uit de reacties. Waar het rapport zich kwetsbaar toont, is de stevig aangezette probleemanalyse die aan zijn aanbevelingen voorafgaat – een analyse waar in ieder geval blijkens de Kamerbrief niet om is gevraagd.
Dat hoefde ook niet, want die had Mario Draghi al gemaakt. Wennink waarschuwt dat er meer economische groei nodig is dan er nu in het verschiet ligt om welvaart en sociale voorzieningen te behouden, en dat die groei grotendeels uit hogere arbeidsproductiviteit moet komen. Dat past één-op-één op het werk van Draghi, die zijn conclusies overigens met even alarmistische taal lardeerde als Wennink.
Ik weet niet of de opdracht van Karremans uitgebreider was dan in openbare stukken staat beschreven. Zelfs als dat niet zo was, kan ik me goed voorstellen dat Wennink de behoefte voelde om onderbouwing mee te geven en een gevoel van urgentie over te brengen. Maar daarmee begaf de voormalig ASML-topman zich ondanks zijn financiële achtergrond op glad ijs. Sowieso zijn een paar maanden te weinig om een doorwrocht stuk te schrijven.
Het gevolg is dat Wennink veel van zijn airtime moest besteden aan het pareren van kritiek. Ik heb niet de indruk dat de kern van zijn boodschap compleet is ondergesneeuwd, maar dat is toch wel jammer.
