Datum: 3 juli 2026

Een Nederlandse backendfabriek zou in groter Europees plaatje passen

De businesscase voor een backendfabriek in Nederland is onzeker en de risico’s zijn reëel. Maar initiatieven met intrinsieke potentie om de vitaliteit van het Europese chipecosysteem te versterken moeten niet te makkelijk worden weggewuifd.
Paul van Gerven

‘Hoe is het mogelijk dat we niet beter voorbereid zijn?’, zegt André Faaij, directeur Wetenschap & Technologie bij TNO en hoogleraar Energiesysteemanalyse aan de Universiteit van Utrecht, in Het Parool over de tweede energiecrisis die zich in korte tijd aandient. ‘Covid en Oekraïne hadden ons er toch heel erg bewust van moeten maken dat de afhankelijkheid van andere regio’s kleiner moet worden, maar er is niet genoeg gedaan. We hadden wakker geschud moeten worden, maar we zijn in slaap gesukkeld,’ vindt ook René Kleijn, hoogleraar Toekomstbestendige grondstofvoorziening aan de Universiteit Leiden.

Ik moest aan dit artikel in het Parool denken toen ik hoorde over het prille initiatief om een backendfabriek in Nederland te bouwen. Het is makkelijk om daarover te schamperen: sluit niet aan op de belangrijkste Nederlandse sterktes, gaat nooit kunnen concurreren, draait op en om subsidie, enzovoort. Maar dat is de mindset van iemand die in een andere wereld is opgegroeid. Het is niet langer onbestaanbaar dat we ooit op dezelfde manier over chips zullen praten als Faaij en Kleijn over energiezekerheid.

Als chips de nieuwe olie zijn, dan ligt Taiwan achter de Straat van Hormuz. China is erop gebrand de ‘afvallige provincie’ in te lijven en experts houden rekening met een Chinese maritieme blokkade om dat af te dwingen. Deze week maakte de eilandstaat bekend oefeningen te gaan houden om de aanvoer van energiedragers en essentiële goederen op gang te houden in een dergelijk scenario.

Europa heeft dit decennium al tweemaal aan den lijve ondervonden wat er gebeurt als de aanvoer van chips een beetje hapert. Eerst kregen autofabrikanten een chiptekort voor de kiezen tijdens de covid-periode, vervolgens stortte een conflict bij Nexperia deze sector opnieuw in een crisis. Interessant genoeg leek er weinig te zijn ondernomen om nieuwe leveringsschokken op te vangen. Alleen met noodgrepen is voorkomen dat de productie stilviel.

Het waren slechts voorproefjes. Na het afgelopen jaar kan niemand volhouden dat Europa nog blind kan vertrouwen op allianties en vrijhandel. Handelstarieven, exportrestricties, sancties: ‘s werelds grootste machtsblokken zetten de geopolitieke strijd steeds meer voort met geo-economische wapens. Europa moet zich staande leren houden in een wereld waarin competitie in de overdrive gaat. En dat betekent dat het zijn lot meer in eigen hand moet nemen – óók in halfgeleiders.

In Europa is het vooral de Europese Commissie die deze boodschap met verve uitdraagt, terwijl veel lidstaten en industrieën moeite lijken te hebben het beest in de bek te kijken. Op halfgeleidergebied kwam Brussel met de Europese Chipswet, die helaas vooral aantoonde dat beleidsmakers zich van oudsher niet zoveel met halfgeleiderkwesties bemoeien. De aanname dat je een paar fabs moet bouwen en dat de rest dan vanzelf komt, was te simplistisch. De voortekenen nu zijn dat de EU Chips Act 2.0 veel breder zal worden ingestoken dan alleen frontend-productie.

Zo komt ook packaging om de hoek kijken, ooit een postscriptum in de chipfabricage, maar inmiddels een cruciaal en complex onderdeel van het proces. Eerder keurde de Europese Commissie een subsidie van 1,3 miljard euro goed aan Silicon Box, een chipverpakkingsfabriek in Italië die zich richt op geavanceerdere chips dan de Nederlandse initiatiefnemers voor ogen hebben.

Iedereen begrijpt dat de weg naar een backendfab in Nederland bezaaid is met valkuilen. De juiste mensen, nog onbewezen processen, schaal en volume, lage marges: de businesscase is uitdagend. Maar wat mij op voorhand het meest bezighoudt, is de opportunity cost - de vraag of de tijd en het geld elders beter zouden kunnen renderen.

Op nationaal niveau – waar doorgaans wordt beslist over subsidies - zou dat best wel eens waar kunnen zijn. Gelukkig heeft de Commissie zich gerealiseerd dat het versterken van de Europese belangen niet alléén een optelsom van nationale belangen is. Zoals het opschalen van Europese krijgsmachten veel te winnen heeft bij coördinatie en samenwerking, zo kunnen nationale chipecosystemen elkaar ook meer versterken dan de som der delen. Daarom wil de Commissie een groter eigen budget.

Ik denk dat de ‘Nederlandse’ backend-foundry of osat hoge ogen zou kunnen gooien als vliegwiel voor Europa: met zo’n faciliteit kunnen chipbedrijven sneller innoveren door ontwikkelcycli te verkorten. De initiatiefnemers moeten stad en land aflopen om voldoende klanten te werven, maar mocht de businesscase rondkomen, dan zit het met de Europese meerwaarde automatisch goed.