Datum: 13 maart 2026

Berichtgeving Nieuwsuur over ASML was gevaarlijk lichtzinnig

In het spanningsveld van technologie en geopolitiek is journalistieke zorgvuldigheid cruciaal.
Sanne van der Lugt

Onlangs berichtten NOS en Nieuwsuur dat ASML onderdelen zou hebben geleverd aan Chinese klanten, waaronder een dochteronderneming van het Chinese defensiebedrijf CETC. Het bericht werd gepresenteerd als nieuws met geopolitieke implicaties, maar liet cruciale vragen onbeantwoord. Om welke onderdelen het ging, werd niet vermeld. Welke systemen ermee gemoeid waren evenmin. Toch stelden de redacties dat vier anonieme deskundigen hadden bevestigd dat de onderdelen ‘cruciaal’ zouden zijn voor de werking van een chipmachine. Daarmee werd een zwaarbeladen suggestie de wereld in geholpen, zonder de technische of feitelijke onderbouwing die daarvoor noodzakelijk is.

Sanne van der Lugt is China-expert bij het Leiden Asia Centre.

De afgelopen jaren is ASML uitgegroeid tot meer dan een technologisch kroonjuweel. Het bedrijf is een strategische pijler in een wereldwijd krachtenveld waarin technologie, veiligheid en geopolitiek onlosmakelijk met elkaar zijn verweven. Juist in zo’n context rust er een bijzondere verantwoordelijkheid op journalisten. Niet elke vermeende scoop is het waard om zonder context of technische precisie het publieke debat in te slingeren. Wie dat toch doet, begeeft zich niet op het terrein van onderzoeksjournalistiek, maar op dat van strategische desinformatie, al dan niet onbedoeld.

Door het ontbreken van concrete informatie blijft het bericht van NOS en Nieuwsuur inhoudelijk leeg. Tegelijkertijd werd het wel gebruikt als springplank voor vergaande beleidsmatige suggesties. Zo stelde Judith Huismans van RAND Europe dat een algehele exportrestrictie voor onderdelen van chipmachines overwogen zou kunnen worden. Dat voorstel negeert volledig de praktische realiteit. De Nederlandse overheid beschikt eenvoudigweg niet over de capaciteit, expertise of infrastructuur om de export van elk individueel onderdeel van complexe productiemachines te beoordelen. Het suggereren van dergelijke maatregelen zonder uitvoeringsperspectief draagt bij aan beleidsillusies, niet aan oplossingen.

Ook Rem Korteweg van Instituut Clingendael vroeg zich publiekelijk af welke afwegingen ASML zou hebben gemaakt om deze leveringen te doen. Die vraag veronderstelt een moreel of politiek dilemma waar in werkelijkheid een zakelijke en strategische logica achter schuilgaat. ASML heeft contractuele verplichtingen en wil een zekere mate van controle over (reserve)onderdelen uitoefenen om kwaliteit, betrouwbaarheid en systeemintegriteit te waarborgen.

In dat licht is het misleidend om te suggereren dat het leveren van onderdelen automatisch neerkomt op het faciliteren van geavanceerde militaire toepassingen. De suggestie van Nieuwsuur dat ASML-systemen essentieel zouden zijn voor bijvoorbeeld quantumsensoren is technisch onjuist. Dergelijke toepassingen zijn gebaseerd op oude chiptechnologie die met even oude productiemiddelen kan worden vervaardigd. Als ASML geen reserveonderdelen levert, zijn die beschikbaar op de tweedehandsmarkt. En als dat niet zo is, bestaan er voldoende alternatieven van andere leveranciers.

Het problematische aan deze berichtgeving zit niet alleen in wat er wordt gezegd, maar vooral in wat wordt nagelaten. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe en oude technologie, tussen strategische en triviale onderdelen, tussen commerciële realiteit en geopolitieke symboliek. Daarmee creëren journalisten een narratief dat gemakkelijk kan worden ingezet door externe spelers met eigen belangen.

Dit was niet de eerste keer dat onvolledige informatie als scoop werd gepresenteerd op een manier die ASML’s rol framede als doorslaggevend voor Chinese technologische ontwikkelingen, terwijl die in werkelijkheid het resultaat zijn van een combinatie van factoren. Het Bloomberg-artikel van 25 oktober 2023, getiteld ‘Controversial chip in Huawei phone produced on ASML machine’, is daarvan een duidelijk voorbeeld. De kop en de inleiding suggereren dat het een onthulling was dat de geavanceerde chip in de nieuwste Huawei-telefoon was gemaakt op een oudere machine van ASML. De auteurs koppelden deze ‘onthulling’ direct aan de vraag of de exportbeperkingen op ASML-machines misschien te laat waren gekomen.

De focus op de rol van oudere DUV-machines van ASML speelde de Amerikaanse overheid in de kaart. Die had kort daarvoor nieuwe maatregelen ingevoerd om de Nederlandse uitvoerbeperkingen van juni dat jaar te overrulen. In juni 2023 besloot Den Haag dat ASML een vergunning nodig had voor de export van zijn meest geavanceerde DUV-machines naar China. Tegen de zin van Washington volgde Nederland echter het advies – lees: de eis – om ook oudere DUV-machines mee te nemen niet op. Daarop besloten de Amerikanen strengere regels op te leggen door de zogeheten de-minimisregel (die hun extraterritoriale zeggenschap geeft over producten van niet-Amerikaanse bedrijven als die minstens 25 procent Amerikaanse technologie bevatten) voor deze gelegenheid naar 0 procent te verlagen. Zo werd effectief gesteld dat zelfs wanneer er geen duidelijke Amerikaanse koppeling bestaat via een persoon, technologie, product of dienst, de VS toch ‘jurisdictie behoudt over dergelijke in het buitenland vervaardigde apparatuur om de nationale veiligheid en buitenlandse-beleidsbelangen te beschermen’.

De echte scoop was echter dat SMIC in staat bleek om geavanceerde chips te maken dankzij oudere DUV-machines van ASML én zeer geavanceerde Amerikaanse etstechnologie. Dat had óók een krantenkop kunnen opleveren: ‘Controversiële chip in Huawei-telefoon geproduceerd met hulp van Amerikaanse technologie’. Voor insiders in de halfgeleiderindustrie was het in ieder geval al sinds 2022 duidelijk – toen Nederlandse bedrijven de Amerikaanse overheid vroegen om ook die technologie in de exportmaatregelen op te nemen – dat Chinese bedrijven met behulp van geavanceerde Amerikaanse etstechnologie geavanceerde chips konden maken met oudere lithografietechnologie. Met andere woorden: die informatie was al beschikbaar ten tijde van het Bloomberg-artikel van 25 oktober 2023.

De keuze om de rol van oudere ASML-machines centraal te stellen, terwijl de Nederlandse overheid nog officieel moest besluiten of zij de extraterritoriale Amerikaanse sancties zou accepteren of het EU-anti-dwanginstrument zou inzetten, had door Nederlandse journalisten kritischer moeten worden benaderd. In plaats daarvan nam Het Financieele Dagblad delen van het Bloomberg-artikel vrijwel woordelijk over, inclusief de kop.

In een tijd waarin technologie een geopolitiek machtsmiddel is geworden, kunnen journalisten zich geen technische slordigheid en geopolitieke naïviteit veroorloven. Wie zonder harde feiten, zonder technische duiding en zonder zicht op internationale belangen zware beschuldigingen suggereert, ondermijnt niet alleen het publieke debat, maar ook de strategische positie van Nederland zelf.