Faulhaber
Jaargang: 2024
Uitgave: 2
Datum: 7 juni 2024

Waar zijn de AM-experts?

ASML lijkt de toon te gaan zetten in 3D-metaalprinten. Toeleveranciers breiden hun printcapaciteit uit en sorteren voor op groei. Rein van der Mast pleit er nadrukkelijk voor om hogescholen in deze ontwikkeling mee te nemen.

Onlangs berichtte ik mijn collega’s bij het lectoraat Smart Manufacturing en het Center of Expertise High Tech Systems & Materials over ‘metaalprinten’: de stand van zaken, nochtans onbenutte kansen en geopolitieke veranderingen die het nog prille vervaardigingsconcept onverwacht een zet in de goede richting lijken te geven.

Mijn beschouwing voerde (vanzelfsprekend) langs ASML. Want, waar eerder het printen van implantaten hét succesverhaal opleverde, lijkt nu de Veldhovense technologiereus de toon te gaan zetten, vooral in de Lage Landen. De honderden metaalprints die in zijn jongste machines zitten hebben intern klaarblijkelijk dermate veel enthousiasme gesorteerd, dat door ASML de toelevering inmiddels in deze richting een significante groei in het vooruitzicht is gesteld. ASML’s kennisdrager Radu Donose wordt een dezer dagen dan ook als key-note speaker ten tonele gevoerd bij het congres RapidTech3D in Erfurt (D).

Rein van der Mast is onderzoeksleider 3D-printen in metalen bij Fontys in Eindhoven.

Dat alles weerspiegelt zich bij meerdere van ASML’s toeleveranciers. Ze breiden hun printcapaciteit fors uit en sorteren voor op groei. En belangrijker: door het bedrijf wordt binnen deze context daadwerkelijk almaar meer afgenomen. Wat de aanleiding is valt echter nog te bezien. De maakkosten lijken de doorslag te geven en dat is prima. Terzelfdertijd doet het me afvragen of de reikwijdte van design for additive manufacturing al ten volle wordt benut, zoals functie-integratie en miniaturisering. Nog niet, vermoed ik. Elders is het niet anders en dat heeft een oorzaak.

Dit brengt me bij de vele constructeurs die we als instituut opleiden om aansluitend bij onze techbedrijven de laatste technologische verworvenheden op te pakken. Met enige schroom stel ik vast dat de vraag het aanbod momenteel ruim overstijgt. Steeds vaker wordt me gevraagd naar studenten met belangstelling voor additive manufacturing(AM). Slechts zelden is mijn antwoord bevestigend. Al jaren verzorgen we de minor Smart Product Development with Additive Manufacturing (SPDAM) en al die tijd hangt het aantal studenten tussen vijfentwintig en dertig. Me dunkt dat geeft te denken!

Het is geen sinecure om een hogeschool in dergelijke ontwikkelingen mee te nemen, net zomin als bedrijven. Mensen, of het nou docenten zijn of constructeurs, zijn geneigd zich vast te houden aan wat ze kennen, in plaats van de risico’s te aanvaarden van het onbekende. Dat heeft tot gevolg dat de acceptatiegraad van AM als volwaardige vervaardigingsoplossing slechts mondjesmaat toeneemt. Alleen uiterst disruptieve veranderingen, zoals een pandemie of een oorlog, brengt meer teweeg, zeg maar.

AM behoeft mensen die zowel de ‘conventionele’ vervaardigingsoplossingen beheersen als de ‘additieve’, in kennis en ervaring. Daarbij zijn niet alleen de technologische aspecten relevant, maar de gehele waardeketen. Ik formuleer het als volgt: van een technology push moeten we als de wiedeweerga naar een market pull. Uitsluitend via dié keten kan de markt aan AM trekken. Daarom is een volledige integratie van AM van het allergrootste belang. Om dat te bevorderen heb ik ‘hogeschool-overstijgend’ IAMM geïnitieerd: Industrial Additive Manufacturing in Metals (3diamm.eu), een duurzame samenwerking tussen de drie hogescholen met metaalprinters in huis als de ‘kernpartners’: Fontys (Eindhoven), Windesheim (Zwolle) en Saxion (Enschede). Daarnaast een keur aan techbedrijven, universiteiten en andere organisaties. ASML is er een van. Met al die partijen trachten we de karakteristieken van AM niet alleen te verbeteren, maar ook ten volle voor het voetlicht van de BV Nederland te brengen.

Tot slot defensie - ik verwees er in mijn inleiding al naar, waar ik het had over de gevolgen van geopolitieke veranderingen. Denk aan het printen van vervangingsdelen en herstel van een heel andere aard: battle damage repair(BDR). Ook nieuwe materialen: stoffen die zich dankzij een geprinte opbouw heel anders gedragen dan de massieve verschijningsvorm ervan, de zogenaamde metamaterialen. Daaruit lijkt een industrie voort te gaan komen, ook in Nederland. Initiatieven zijdens Defensie, zoals FRONT en MIND, moeten Defensie erbij helpen om meer met marktpartijen voor elkaar te krijgen. In dat licht vond ik het een beetje teleurstellend dat ik onlangs bij het Kooy Symposium van Kivi op de legerplaats in Stroe de sprekers, zowel militairen als ondernemers, in totaal slechts twee of drie keer het woord ‘onderwijs’ hoorde uitspreken. De mensen die wij nu opleiden zijn immers de experts die het straks waar moeten maken.