Veel Chinese techexpats in Europa hebben een missie

Paul van Gerven
Leestijd: 3 minuten

Inspanningen om Chinese techneuten die in Europa werken aan te moedigen om terug te keren naar het moederland, zijn buitengewoon succesvol, constateert een Amerikaanse inlichtingenfirma.

In de afgelopen twintig jaar zijn er meer dan 30.000 werknemers van Europese technologiebedrijven verhuisd naar bedrijven met een hoofdkantoor in China, volgens een onderzoek gepubliceerd door Strider Technologies. De bevindingen illustreren het succes van Chinese talentenprogramma’s, overzeese alumniverenigingen en het organiseren van vakbeurzen om kennis en expertise te onttrekken aan buitenlandse bedrijven, aldus de in Utah gevestigde onderneming die met behulp van ai open databronnen afstruint om inlichtingenrapporten te produceren.

Strider beschrijft het geval van Jin Xing, een Chinees die een paar jaar bij Imec werkte voordat hij werd aangenomen als hoofdingenieur bij de automotive-tak van NXP. Na een decennium bij de Nederlandse chipmaker en verhuisde Jin terug naar zijn thuisland om Autorock op te richten. Dit autodisplaybedrijf werd een doorslaand succes: op de Auto Shanghai-beurs van 2015 waren de producten van Autorock te vinden in zeven van de veertien nieuwe, in eigen land geproduceerde elektrische voertuigen. Het bedrijf bestond toen officieel nog maar zestien maanden.

Jin ontving ‘substantiële steun’ van de Chinese staat, stelt Strider. Tussen zijn vertrek bij NXP en de oprichting van Autorock ondersteunde Beijing zijn pogingen om ‘de kennis en ervaring in mijn hoofd’ te gelde te maken die NXP hem niet kon beletten mee terug te nemen naar China, volgens een commentaar in Chinese media. Autorock is mede-eigendom van de overheid en aan de overheid gelieerde organisaties.

Het lijkt er ook niet op dat het slechts een opportunistische zet van Jin was. Tijdens zijn verblijf in Europa was hij een actief lid van het United Front, een organisatie die Chinese burgers inzet voor de strategische doelen van het land en de Communistische Partij. Jin speelde een centrale rol in een dochteronderneming van het United Front, de Federation of Chinese Professional Associations in Europe (FCPAE), en hij richtte een organisatie op die zich specifiek richt op halfgeleidertechnologie: het IC-Forum.

Strider vond bewijs dat Jin zijn landgenoten actief aanmoedigde om ‘het land te dienen en terug te keren naar China om bedrijven te starten’, zo zei hij tijdens een bezoek van Chinese expats aan de Chinese Academy of Sciences Shanghai Institute of Microsystems and Information Technology – een evenement dat hij zelf organiseerde. In de loop der jaren zijn er inderdaad meer dan honderd IC-Forumleden naar China teruggekeerd. Minstens zes van hen sloten zich bij Jin aan toen Autorock nog in de kinderschoenen stond; vele anderen bekleden nu sleutelposities in de Chinese halfgeleiderindustrie.

Toegang

China heeft op het gebied van de halfgeleiderindustrie nog veel terrein goed te maken. Het beschouwt de technologie als cruciaal voor zijn militaire en economische doelen. Nu de door de VS geïnitieerde maatregelen worden geïmplementeerd om het Rijk van het Midden af te snijden van ic-technologie en de bijbehorende productietechnologieën, valt te verwachten dat de Chinese inspanningen om IP en expertise te onttrekken aan buitenlandse organisaties en werknemers zullen worden opgevoerd. Tegelijkertijd kunnen maar weinig westerse technologiebedrijven het zich veroorloven om China en zijn hordes talenten de rug toe te keren. Zelfs als ze geen gebruik willen maken van de goedkopere productiemogelijkheden, willen ze wel toegang tot de enorme markt. Om die toegang te krijgen, verlangt Beijing vaak dat bedrijven partnerschappen aangaan met Chinese organisaties. Alleen al op het gebied van halfgeleiders telde Strider de afgelopen twintig jaar meer dan 3000 gevallen van samenwerking tussen Europese top-halfgeleiderbedrijven en Chinese organisaties, waarvan sommige aan de staat zijn gelieerd. Dergelijke relaties ondersteunen vaak verdiensten, vergemakkelijken dergelijke relaties vaak Beijings talentenprogramma’s, schrijft Strider.

Het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken verwerpt de conclusies van Strider, en verklaart dat ‘China’s uitwisseling van talenten met het buitenland niet anders is dan bij andere landen.’