‘Rentestijging treft Nederlandse hightechindustrie extra hard’

Tom Cassauwers
Leestijd: 3 minuten

De hightechindustrie zette de voorbije jaren sterke groeicijfers neer en was de ster van de Nederlandse economie. Met teruglopende orders lijkt daaraan nu een einde te komen. We vroegen Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie en Transport & Logistiek bij ABN Amro, om een momentopname.

De laatste vijf jaar beleefde de hightech een uitzonderlijke groei, met uitzondering van het begin van de coronapandemie. ‘Tussen 2017 en 2022 is de productie van machinebouw in Nederland ongeveer verdubbeld’, opent Swart. ‘Dat maakt machinebouw één van de snelst groeiende onderdelen van de Nederlandse economie. In deze branche wordt er veel geld verdiend en veel waarde toegevoegd. Onze machinebouwers maken nu eenmaal heel goede machines.’

Nederland doet het daarnaast goed op Europees niveau. Sinds 2018 groeide de Nederlandse machinebouw veel sneller dan die van buurlanden. In de EU komen alleen Polen en Letland in de buurt.

Nu lijkt er een dip aan te komen. Bedrijven tonen in het laatste kwartaal een dalend vertrouwen in groei en zien hun orders slinken. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2022 is de productie van de machine-industrie met 21 procent gedaald, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens Swart loopt de hightechindustrie kans om extra hard getroffen te worden.

‘De rente is sinds begin vorig jaar historisch snel gestegen’, stelt hij. ‘Dat kan de industrie extra hard treffen vanwege de kapitaalintensiviteit. Een rentestijging beïnvloedt de capaciteit van industriële bedrijven om geld op te halen. Waardevolle machines worden vaak via leningen bekostigd en dat is duurder bij een hogere rente. Dit soort machines zijn trouwens geen basisproducten; investeringen in nieuwe machines kunnen vaak worden uitgesteld in tijden van tragere economische groei. De vraag naar pakweg voedingsmiddelen zal tijdens een crisis altijd stabieler blijven dan die naar hightechmachines.’

Orderportefeuille

Swart noemt ASML een extreem voorbeeld van een vaker voorkomend fenomeen bij machinebouwers. ‘In de machinebouw hebben bedrijven vaak een grote orderportefeuille. Tijdens de pandemie kregen ze veel orders die ze niet konden afwerken. Veel bedrijven hebben daarom nog een orderportefeuille van minstens een jaar. Bij ASML is die erg groot. ASML boekt een omzet per kwartaal van ongeveer 7 miljard euro en de orderportefeuille bedraagt 38 miljard. Ze kunnen heel diep graven voordat de bodem in zicht komt. Dat werkt als een buffer voor een slechte conjunctuur.’

De situatie verschilt dus per sector en machinebouwers kunnen zich flexibel opstellen. ASML is geen algemene maat, stelt Swart. ‘We hebben veel andere Nederlandse machinebouwers’, zegt hij. ‘Ze zijn gewoon minder bekend. Ze zijn misschien niet zo belangrijk als ASML, maar bouwen erg goede machines. Daar zitten heel wat spelers tussen die zullen blijven groeien. Die bedrijven zijn echter iets minder spannend, dus je zal ze niet in de krant aantreffen.’

Faillissementen

Swart verwacht meer faillissementen. ‘De zwakkere bedrijven zullen door het ijs vallen. Als hightechonderneming moet je constant blijven investeren, en er zijn spijtig genoeg bedrijven die dat de voorbije jaren onvoldoende deden. De spelers met weinig orders kunnen in de problemen komen.’ Maar in het algemeen staat de Nederlandse hightechindustrie er sterk voor, stelt Swart.

Swarts observaties over de hightech vallen samen te vatten als bitterzoet. Optimistisch over de nabije toekomst is hij niet. ‘Er is nog geen opleving in zicht. Aanvankelijk dachten we dat de rente eind dit jaar al terug zou zakken. Maar onze rentevisie is sindsdien ingrijpend gewijzigd. De rente is hoger geworden dan gedacht, en we denken dat de eerste verlaging pas in maart van volgend jaar kan gebeuren. Dan nog zal de rente een tijdje relatief hoog blijven. Pas tegen 2025 voorspellen we weer flinke groei in de industrie.’