Nederlandse publieke uitgaven aan bètatechniek relatief laag

Paul van Gerven
Leestijd: 1 minuut

Nederlandse publieke onderzoeksinstellingen besteedden in 2021 zo’n 46 procent van hun r&d-uitgaven aan bèta- en techniekwetenschappen. Ons land blijft daarmee achter vergeleken met andere ontwikkelde landen waarvoor deze data beschikbaar zijn. In Zuid-Korea is het bèta-aandeel bijvoorbeeld maar liefst 76 procent. Ook gemeten als percentage van het bbp zijn de Nederlandse uitgaven aan de exacte vakgebieden relatief laag.

R&d-uitgaven hoger onderwijs- en publieke onderzoeksinstellingen, naar wetenschapsgebied in 2021. Bron: Rathenau Instituut

Dat blijkt uit een inventarisatie van het Rathenau Instituut. Nederland geeft met 28 procent relatief veel uit aan de medische wetenschappen. Het aandeel van de gamma- en alfawetenschappen is in internationale context gemiddeld met respectievelijk 19 procent en 8 procent.

De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling in Nederland zijn tussen 2013 en 2019 met zo’n 10 procent gegroeid. De alfawetenschappen groeiden procentueel het meest: 17 procent. De r&d-uitgaven in de gammawetenschappen groeiden met 14 procent, en de bèta- en techniekwetenschappen met 12 procent. De groei in de medische wetenschappen was aanzienlijk kleiner: 4 procent.