Laten we niet treuren om de teloorgang van het Natlab

Er is geen scenario denkbaar waarin het Natlab had kunnen overleven, maar toch leeft het voort, betoogt Paul van Gerven.

Paul van Gerven

21 februari

Wanneer ging het Natlab ten onder? Veel Natlabbers van de oude stempel zullen zeggen: 1989, toen de contractresearch werd ingevoerd. Volgens hen werd de uitvindersmachine broodnodige zuurstof ontnomen nu zij voor het grootste deel van haar onderzoek afhankelijk werd gemaakt van financiering vanuit de productdivisies. In hun ogen moest het Natlab zonder al te veel bemoeienis van buitenaf groene tomaten kunnen opkweken en deze doorgeven aan het concern om af te rijpen.

Anderen zullen eerder denken aan het einde van jaren negentig, toen het befaamde laboratorium – inmiddels al gevoelig afgeslankt – opging in Philips Research. Daarmee kwam een einde aan de van oudsher bijzondere positie van het Natlab binnen de researchorganisatie. Ook de naam zelf verdween uit de organogrammen, maar niet uit het collectieve geheugen.

Ook toen nog hield Philips een centrale researchorganisatie in stand. In de 21e eeuw verloor die door halen van de kaasschaaf en vooral door het afstoten van divisies nog een belangrijk kenmerk van het Natlab: de multidisciplinariteit. Vroeger was er bij het verticaal geïntegreerde Philips voor elk onderwerp altijd wel iemand te vinden die van de hoed en de rand wist. In toenemende mate moest Philips kennis en technologie van buiten gaan halen.

Zelfs na de recentelijk aangekondigde ingrepen van ceo Roy Jakobs blijft er met een beetje fantasie nog een restje Natlab over. Het overgrote deel van de research wordt weliswaar overgeheveld naar de verschillende business units, tien procent van het r&d-budget gaat naar teams in Eindhoven om ‘doorbraakinnovaties’ te cultiveren. Het zijn een paar schamele tomatenplantjes, maar toch.

Het is verleidelijk om de zo-goed-als-teloorgang van het Natlab en het spartelende Philips aan te grijpen voor nostalgische, om niet te zeggen ietwat venijnige beschouwingen. Lange tijd reikte het Natlab het moederconcern de ene na de andere groeibriljant aan. Uitvindingen in de verlichting, televisie, halfgeleiders en audio maakten van Philips een titaan der industrie, om die positie in de afgelopen dertig jaar te verkwanselen. ‘Philips probeert al decennialang tevergeefs te groeien door banen te schrappen en nu gaat ook nog het mes in het budget voor onderzoek’, schreef Chris Paulussen in het Eindhovens Dagblad naar aanleiding van ‘de ontmanteling’ van het Natlab.

Het is goed om ook een ander perspectief in overweging te nemen: alle grote industriële researchlaboratoria van weleer zijn van het toneel verdwenen. Daarvoor zijn redenen te over. Research kwam onder druk te staan toen de economische en technologische hoogconjunctuur van de naoorlogse jaren op hun einde liepen en meer concurrentie op het toneel verscheen. Op gegeven moment was al het laaghangende fruit geplukt; doorbraken als de laser en de transistor, die compleet nieuwe technologische gebieden blootleggen, kun je maar een keer doen. En de toegenomen nadruk op aandeelhouderswaarde ontmoedigde langetermijnonderzoek.

Philips heeft welbeschouwd nog lang vastgehouden aan een centrale researchorganisatie. Misschien wel te lang. De Philips-top is altijd blijven geloven dat research hét middel is om de concurrentie de loef af te steken – een gedachte die het Natlab tot eer strekt. Het FD becijferde onlangs dat Philips, ondanks alles, de afgelopen jaren nog altijd meer geld (als percentage van de omzet) in r&d stak dan grote concurrent Siemens Healthineers. Pas na Jakobs’ ingreep komen de bedrijven op ongeveer hetzelfde niveau uit.

Hoe productief het Natlab ook is geweest, er is geen scenario denkbaar waarin het had kunnen blijven bestaan. Laten we daarom niet te veel achteromkijken, maar vieren wat het ons heeft gebracht. Het Nederlandse industriële landschap is bezaaid met bedrijven die zijn gebouwd op Natlab-uitvindingen of die hebben geprofiteerd van de briljante alumni die zijn uitgevlogen. Daar kunnen we nog heel lang mee vooruit.