Engineering in vrijheid

René Raaijmakers is uitgever van Mechatronica&Machinebouw.

Leestijd: 3 minuten

Op het Philips Natuurkundig Laboratorium deden ze aan engineering, niet aan onderzoek. Wacht even, sorry, laat ik het anders formuleren: de echt grote successen vanaf pakweg de jaren zestig werden op het Natlab geboekt door ingenieurs. De compact disc, de waferstepper, talloze chipontwerpen, de voorbeelden zijn talrijk. Natlab-ingenieurs ontwikkelden systemen die Philips kon gebruiken in zijn fabrieken of die het bedrijf kon verkopen. Vele chipontwerpen gingen direct van Natlab naar waferfab. Ingenieurs maakten er daadwerkelijk producten, in ieder geval werkende prototypes. En ja, intussen deden ze ontiegelijk veel uitvindingen.

Was het werk op het Natlab eigenlijk engineering te noemen, vroeg ik begin dit jaar aan Maarten Steinbuch. Nee, zei onze meest aaibare hoogleraar stellig, daarvoor werkten de researchers op het lab in te grote vrijheid. In Waalre deden ze de afgelopen decennia geen fundamenteel onderzoek meer, maar engineering, dat ging hem te ver.

Maar tijdens ons werk aan het boek ‘Natlab – Kraamkamer van ASML, NXP en de cd’ liepen Paul van Gerven en ik er wel steeds tegen aan. Oud-Natlab-medewerkers maakten systemen die daadwerkelijk nuttig of verkoopbaar waren. Het gekke was dat die mannen het zelfs soms heel anders zagen. Hun werk op het lab hadden ze als zó relaxed ervaren dat ze zich helemaal konden verplaatsen in het paradijselijke beeld dat de buitenwereld al decennialang van Philips’ onderzoekslab schetste: een soort industriële universiteit, waar onderzoekers in alle rust en voorzien van alle gemakken hun dromen mochten najagen.

Dit artikel is exclusief voor premium leden van High-Tech Systems Magazine. Al premium lid? Log dan in. Nog geen premium lid? Neem dan een premium lidmaatschap en geniet van alle voordelen.

Inloggen