ECN experimenteert met Solland en TNO voor dunne-zonnecelmachine

Clara Dorrepaal
Leestijd: 2 minuten

Solland Solar, TNO, ECN en TTA/Eurotron hebben een pilotlijn ontwikkeld voor het produceren van dunne zonnepanelen. Dit deden ze in het kader van het Sunovation II-project. Door de cellen te verbinden met geleidende lijm haalt de machinelijn een doorzet van één zonnecel per seconde, wat zes tot acht keer sneller is dan met solderen. Dit is een stap op weg naar goedkopere zonnecellen.

Het fabricageproces en de machines zijn ontwikkeld voor zogenaamde Pin-Up Module- zonnecellen (Pum). In de Pum-cel van ECN lopen de elektrische verbindingen aan de voorkant van de cel door gaten naar de achterkant, in plaats van over het oppervlak. Dit geeft minder schaduw en dus betere prestaties.

De huidige ontwikkeling van zonnepanelen richt zich op de productie van zonnestroom tegen kosten die kunnen concurreren met het kleinverbruikertarief, ook wel grid parity genoemd. Hiervoor mogen de geproduceerde panelen maximaal één euro per watt piekvermogen kosten. De benodigde hoeveelheid silicium in de zonnecellen vormt een aanzienlijk deel van de productiekosten. Om deze kosten te beperken trachten fabrikanten de dikte van de cellen terug te brengen van twee naar een tiende millimeter. Zulke dunne cellen breken echter makkelijk bij de montage in het paneel. Vooral het soldeerproces dat de cellen moet verbinden is een lastige stap. Hierbij ontstaan hoge spanningen in het materiaal, waardoor het paneel minder goed presteert of zelfs uitvalt. Daarnaast is het langzaam en breken de zonnecellen vaak door de vele handelingen. De productie van een zonnecel kost zes tot acht seconden.

Dit artikel is exclusief voor premium leden van High-Tech Systems Magazine. Al premium lid? Log dan in. Nog geen premium lid? Neem dan een premium lidmaatschap en geniet van alle voordelen.

Inloggen

Problemen met inloggen? Bel dan (tijdens kantooruren) naar 024 350 3532 of stuur een e-mail naar info@techwatch.nl.