De koffieautomaat

Alexander Pil is hoofdredacteur van Mechatronica&Machinebouw.

30 november 2016

Samenwerken en clusteren, dat is de beste manier om te innoveren. Het is het adagium van compleet hightech Nederland. Alleen door de handen ineen te slaan en kennis te delen, komen we met z’n allen vooruit. Die visie zit diepgeworteld in het dna van veel machinebouwers en hun toeleveranciers. In het Financieele Dagblad gooide Ron Boschma, hoogleraar regionale economie aan de Universiteit Utrecht en hoogleraar innovatiestudies aan de Zweedse Lund Universiteit, recentelijk de knuppel in het hoenderhok.

Boschma stelt dat een cluster vooral goed is voor het imago en de reputatie van de deelnemers. Het zou de bedrijfsprestaties vaak niet verhogen. Sterker nog: zo’n cluster verlaagt juist regelmatig de overlevingskansen omdat er veel lokale concurrenten zijn. Hij heeft geen hoge pet op van clusters en samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen. ‘Dat is vooral consultancypraat’, aldus Boschma in FD. ‘Samenwerking in clusters is vaak een doel op zich. Dat snap ik echt niet. Samenwerking houdt juist vaak vernieuwing tegen, omdat vooral de belangen van gevestigde partijen worden behartigd. Zo komt er geen echte innovatie tot stand.’

Niet verrassend schoot de onconventionele stelling van Boschma in het verkeerde keelgat bij veel hightechconsortia. John Blankendaal van Brainport Industries reageert gepikeerd. ‘Denk je echt dat onze leden jaar na jaar hun bijdrage blijven betalen als ze daar niets voor terugkrijgen?’ En dan heeft hij het zeker niet alleen over imago. Ook bij andere allianties en verenigingen draait het tegenwoordig om ondernemend samenwerken. Als de deelnemers een sense of urgency voelen, of een gezamenlijk belang zien, zijn ze echt wel bereid open kaart te spelen. Het gaat er niet om dat de koek onderling moet worden verdeeld en iedereen elkaar tot de laatste kruimel bevecht. Goede clubs bundelen hun krachten en maken samen de koek groter. Een mooi voorbeeld is hoe open de voormalige rivalen Frencken, NTS en VDL ETG tegenwoordig met elkaar omgaan.

Navraag bij Boschma leert dat de Utrechtse hoogleraar met een cluster doelt op een verzameling bedrijven in een regio die zich hebben gespecialiseerd in een sector of technologie. Denk aan de filmindustrie in Hollywood of de financiële dienstverlening in Londen. Uit wetenschappelijke studies blijkt dat clusters bedrijven over het algemeen niet beter laten presteren. De locatie heeft vaak geen positief effect op het bedrijfsresultaat. Hoe graag een hightechcluster als Brainport dat ook zou willen.

Hoe zit het met de moeder aller clusters: Silicon Valley? Ook daar zijn geen positieve clustereffecten zichtbaar volgens de definitie van Boschma. Wel ontstaan er veel start-ups. De meest geslaagde zijn spin-offs van succesvolle bedrijven waaraan ze een belangrijk deel van hun voorspoed te danken hebben. En de High Tech Campus in Eindhoven dan? Dat lijkt een succesformule, maar er blijkt nog nooit empirisch onderzoek te zijn gedaan naar de vraag of het de prestaties van een hoogtechnologisch bedrijf verhoogt. Natuurlijk kun je profiteren van de gedeelde faciliteiten, maar schuilt daar nu de echte innovatie? Uitzonderingen daargelaten is net als op andere campussen de gezamenlijke koffieautomaat op de gang geen bron van inspiratie.

Nederland ligt inmiddels vol met valleys, delta’s, ports en hubs. Ik begrijp best dat lokale overheden zich graag willen profileren. Plak een mooi labeltje op een bedrijventerrein, geef een kek foldertje uit, bouw een flitsende website, en dan maar hopen dat het bedrijvigheid aantrekt. Dat mag best een beetje minder. Zulke clusters leveren alleen wat op als het initiatief van onderaf komt. Als deelnemende bedrijven de absolute noodzaak voelen en er een zeer duidelijke focus is. En als ze over de grenzen van de gemeente, provincie en zelfs het land durven te kijken. Hoe lastig het ook is om de subsidie dan rond te krijgen, het belangrijkste is dat de juiste partijen de koppen bij elkaar steken.